Om 08:30 vertrek ik van de camping in Auxerre. Johan heeft om 08:10 afscheid genomen en sprak niet meer over samen ontbijten. We zullen hem niet meer zien, zegt hij. Hij gaat richting Tours, Andreas en ik gaan richting Vézelay. Maar Johan vergist zich. In Nevers zullen we elkaar weer zien. Maar dan echt voor ’t laatst. Andreas vertrekt ook. Hij heeft wat haast en wil vandaag (een eind) voorbij Vézelay stoppen. Ik heb geen haast. Vézelay is niet ver en ruim de helft van de etappe is vlak. Het traject loopt tot Châtel-Censoir langs de Yonne. Dus neem ik een ontbijtje in de kantine. Gelukkig heeft het vannacht niet of nauwelijks geregend. Geen problemen dus met tent of bagage.

Fietspad langs de Yonne
Het traject langs de Yonne is prachtig. Meer precies: Vanaf Cravant loopt de fietsroute langs het kanaal (Canal du Nivernais) dat parallel aan de Yonne loopt. De afstand tussen beide waterlopen is soms niet meer dan 100 meter. In het zeer smalle kanaal zijn sluisjes. De scheepvaart is uitsluitend pleziervaart. Bij alle sluisjes staan kleine huisjes. Hierin zit de sluiswachter. Meestal een (jonge) vrouw, soms met haar baby in een stoeltje naast haar. In de Yonne zwemmen zwanen. Ik zet ze op video.

Sluisje in Canal de Nivernais
Na een hele tijd het langs de Yonne resp. het Canal du Nivernais, stop ik in een dorpje voor de lunch. Er blijkt niks open in het dorp. Dus wordt het een lunch uit de tas. Terwijl ik daar sta kijk ik om me heen. Ik sta vlakbij een kruising. De tekst op de borden op de kruising die naar verschillende richtingen de weg wijzen bevallen me niks. Rechts van mij is een bord dat het einde van het dorpje aangeeft. Wáár ben ik? Ik loop er heen en lees wat er op staat: Lucy-sur-Yonne. Hoezo Lucy-sur-Yonne?? Dat plaatsje ligt niet op de fietsroute. Ik speur de kaart af naar de naam Lucy-sur-Yonne. Eindelijk vind ik het. Het ligt bijna zes kilometer ten westen van Châtel-Censoir. Aan het Canal du Nivernais, dat weer wel. Ik snap de borden op de kruising nu een stuk beter. Wat nu? Er zijn twee opties. De eerste is terug naar Châtel-Censoir. De andere optie is vanuit Lucy-sur-Yonne over de D224 naar Avrigny, twaalf kilometer voor Vézelay. Ik kies voor de 2e optie, langs het kasteel Faulin. De D224 blijkt een paar vrij lastige klimmetjes te bevatten. Ook maak ik een bijna aanrijding met een ree mee. Een paar meter voor me steekt een ree de weg over. Links van mij hoor ik gedoe. Ik zie een ander ree in de greppel liggend moeite doen om op te staan. Het is uit het bos gekomen en in de greppel gestruikeld. Het krabbelt overeind en steekt achter me de weg over. Wat er was gebeurd als de ree niet was gestruikeld zal onbekend blijven. Maar een botsing met mij was een zeer realistische mogelijkheid.

Zicht op Vezelay
In Avrigny kom ik weer op de route, de D100, verderop de D36, richting Vézelay. Ik ga naar de camping. Die ligt even ten zuiden van Vézelay. Daar zet ik het tentje op en vervolgens ga ik naar Vézelay. Ik parkeer mijn fiets onderaan het stadje en leg ‘m aan een paal vast. Dan ga ik te voet de stad in. Ik ga direct naar de kathedraal boven in de stad een stempel halen. Er zit een streng kijkende mevrouw achter de balie in de kerk. Mijn credential wordt nauwlettend bestudeerd. Er worden wat vragen gesteld, want de stempel die ik in Uden kreeg (op 29 mei in het museum voor religieuze kunst) zorgt voor enige verwarring. Wanneer ben ik begonnen? Ik wijs de stempel van de Abbaye du Val-Dieu (gekregen op de eerste dag) aan. Ik heb er zelf de datum bij gezet: 12 juni. Oké, het wordt haar duidelijk. Nog een blik over het geheel en ze plaatst een stempel in mijn credential. Na een kort bezoek aan de kerk ga ik naar het pelgrimsrefuge direct naast de kerk. Ik loop onder de poort door en aan de rechterkant is een heel klein gebouwtje waar iemand in zit. Een vrijwilliger die pelgrims opvangt. Of ik een slaapplek zoek, vraagt hij. Nee, merci, ik sta op de camping. Ik blijf even om wat te keuvelen en weer een stempel te scoren. Buiten is het bewolkt met soms wat regen. Het is frisjes.

Cafe Cabalus in Vezelay
Dan naar café Cabalus. In dat café hebben Ietje en ik vorig jaar koffie gedronken met een heerlijk stuk chocolade- cake erbij. Ook het interieur van de locatie is geweldig. Foto’s. De bediening gebeurt door bijzondere dames. Zo zien ze er tenminste uit. Het zijn geen uitzendkrachten of gesjeesde studenten. Wat ouder en met een kunstzinnige blik in de ogen. Die blik verklaart ook het aanzien van het interieur. Er is niet zomaar wat bij elkaar gezet. Ik weet ‘t: je mag niet op het uiterlijk van een mens afgaan, maar deze dames hebben wat. Dat is wel duidelijk. Aparte types.
Daarna inkopen doen. Een pelgrim is de hele dag bezig. Als het niet met fietsen is dan is het wel met te besluiten waar wat te kopen. Met inkopen doen, koken, het ontbijt van morgenvroeg regelen en de route verkennen. En nog tal van andere dingen. Het is een druk bestaan. Goed dat ik een plan heb. En dat het plan tot nu toe ijzersterk is gebleken. De uitvoering evenwel ook. Dat moet ik mezelf nageven. Ik ga met de boodschappen weer terug naar de camping. Inmiddels is de ‘acceuil’ bezet en kan ik me inschrijven. Vier euro voor een nachtje. En ik krijg een plankje met koord met het cijfer 2 er op. Morgenvroeg te deponeren in een ‘brievenbusje’ buiten aan het gebouwtje. Ik opper dat ik dat nu wel meteen kan doen. Dan vergeet ik het morgen tenminste niet. Nee, dat is niet de bedoeling. Ik moet echt tot morgenvroeg wachten en het plankje met het koordje nu aan mijn tentje bevestigen. Braaf als ik ben volg ik de gewenste procedure.

Hoofdstraat in Vezelay
Weer terug naar Vézelay. Nu om te gaan eten in een restaurant. Ik kies een restaurant aan de voet van het stadje, buiten de stadsmuur aan het plein. Eigenlijk het eerste het beste restaurant vanaf de camping. Ze hebben wifi, staat aangeplakt en dat helpt bij mijn beslissing. Aangezien de keuken nog niet open is bestel ik een biertje met wat erbij en nestel ik me in de lounge in een grote stoel. Ook vraag ik om elektriciteit om mijn iPhone en videocamera op te laden. Er worden wat stekkers los getrokken en ik kan vooruit. Wat twitteren, wat bloggen, mail lezen en beantwoorden en de laatste weersverwachtingen opvragen. De tijd vliegt en de ober komt vertellen dat ik aan tafel kan. Het eten is matig, zeker gezien de prijs. Maar afijn, ze hebben wifi en ze hebben niet alle drankjes gerekend. Zand erover. Niet mauwen.
In de avond heb ik een lang gesprek met Duitse buren. Zij zal ergens in de 60 zijn. Hij trouwens ook. Een beetje alternatief. Mogelijk zijn het Ossies. Alternatief in de zin dat de zij van het stel vanmiddag jam heeft ingemaakt van de wilde aardbeien die ze ’s middags geplukt hebben. Ook in de zin dat zij niks om haar uiterlijk geeft. Ze loopt erbij zoals ze is. En hij heeft een bos grijs haar dat alle kanten opsteekt. De voertaal switcht van het Duits naar het Engels met soms wat Nederlands (ze wonen bij Enschede, net over de grens). Soms ook wat Frans.

Vezelay, de schelp in het straatbeeld
We spreken over van alles: de politiek, ‘Frau Merkel’, de banken, de Griekse schuldencrisis, de jam van wilde aardbeien en de oorlog. WO-2. Hoe we erop komen dat de Duitsers in Noorwegen veel schade hebben aangericht, weet ik niet meer. Wat me wel is bij gebleven is dat zij vooral benadrukte: “Wir haben es nicht gewusst.” Ze bedoelt dat ze er op school nooit over gehoord heeft. Ja, dat geloof ik. De Duitse overheid zal er wel voor uitgekeken hebben de misdaden van de Nazi’s aan de grote klok te hangen. Ik kreeg vroeger op school ook alleen te horen over de heldendaden van Piet Hein. Naar het schijnt is deze zeeman ook niet erg braaf geweest. Maar daar hoorde je niks over.
Het is bijna donker als ik ga slapen. Morgen sta ik om zes uur weer op!